2011

Na het beëindigen van de partiële financiering van de Nederlandse Ambassade aan het HIV&AIDS project van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven per januari 2011,heeft de Suriname Business Coalition against HIV&AIDS het project  uit eigen middelen gefinancierd.

De werkzaamheden van de SURINAME BUSINESS COALITION against HIV & AIDS concentreerden zich in het jaar 2011 enerzijds op het nog meer verbreden van het draagvlak binnen de lidbedrijven door de opleiding van meer Peer Educators, en anderzijds op het uitbreiden van de dienstverlening door de activiteiten uit te breiden naar andere chronische aandoeningen in relatie tot de werkplek.


Op de SBC Algemene Ledenvergadering van 5 juli, werd dhr. Orlando Saeroon van TELESUR gekozen tot nieuwe voorzitter van de Board van de Coalition. Aan de voormalige voorzitter, Ferdinand Welzijn, werd dank uitgebracht voor zijn inspanningen om vanaf de oprichting van de SBC in 2005, de coalitie een duidelijke plaats binnen het bedrijfsleven te geven.

 

Op Orlando Saeroon rustte de taak om samen met de twee andere Board leden, Diana Halfhide van SAB en Roy van Aerde van IAMGOLD en met de programmacoördinator Rita Bechoe, het proces aan te sturen om het werkterrein van de Coalition uit te breiden met andere chronische aandoeningen in relatie tot de werkplek, zoals diabetes mellitus, hypertensie en hart- en vaatziektes, maar ook stress. Aangezien de Board steeds wordt gekozen voor een periode van zes (6) maanden, zullen de Boardleden Diana Halfhide van SAB, Roy van Aerde van IAMGOLD en Ritha Notohardjo van EBS, die in  de periode  Maart tot en met 31 Augustus 2012 zitting hebben volgens het roulerings-systeem worden vervangen.

SBC en Healthy Life Style
In de voorbereidende fase om de SBC activiteiten uit te breiden naar andere chronische aandoeningen, hield drs. Jan van Charante, directeur van de Stichting Bedrijfsgezondheidszorg (SBGZ) en directeur van het Suriname Institute for Public and Occupational Health (SIPOH), tijdens de SBC Algemene Ledenvergadering van 7 juni 2011, een‘start up’ presentatie over het formuleren en uitvoeren van beleid voor Gezondheid, Veiligheid en Milieu op de Werkplek (OSHE) met als titel ‘Healthy Lifestyle’.

 

Deze titel gaf een belangrijke boodschap. De relatie tussen ‘werken en wonen’ (in de meest ruime zin van het woord) moet worden onderkend bij het formuleren van een OSHE werkplekbeleid. Risicofactoren voor onze gezondheid vinden we terug in ons milieu en wel in water, bodem, lucht, voeding en onze sociaal-maatschappelijke omgeving. De invloed van ziektes zoals hart- en vaatziekten, suikerziekte, alcohol- en drugsverslaving en ‘burn-out’ zijn naast de specifieke bedrijfs-en beroepsziektes, dan ook van grote invloed op het functioneren en presteren van de werknemer op de werkplek. Dit moet niet worden onderschat. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen –‘groen’ ondernemen– zal het beleid van de directie zich moeten richten op: ‘Groen’ beleid op de werkplek

  • Veiligheid, Gezondheid en Welzijn.
  • Fysieke inrichting, een schoon milieu, vrij van onnodige risico’s en stressfactoren.
  • Goede leiding, die let op de werkdruk en het tempo, maar ook op intimidatie en ongewenst gedrag op de werkvloer.
  • Beleid voor speciale groepen (zwangeren. jongeren, HIV & AIDS, alcohol en drugs, werknemers met een beperking, gepensioneerden).
  • Speciale programma’s zoals gezondheidsvoorlichting, fitness, voeding in kantine.

 

Als follow-up van de ‘start up’ inleiding op 7 juni, organiseerde de SBC op 16 augustus een sensitization workshop ‘Healthy Life Style’ om een breder publiek van SBC stakeholders te informeren over en te betrekken bij de nieuwe plannen, met als uiteindelijk doel de commitment van de lidbedrijven te krijgen voor dit nieuwe beleid.

 

“De bedrijven die de afgelopen jaren in de Business Coalition participeerden, hebben zeer positieve ervaring opgedaan met het formuleren van beleid, het voeren van baseline onderzoek, het uitvoeren van programma’s, kortom het verhogen van het bewustwordingsniveau op de werkplek. Deze kennis en ervaring wil de Coalitie benutten om haar werkterrein uit te breiden naar de Niet Overdraagbare Aandoeningen –NOA’s”.
Met deze woorden gaf de voorzitter van de VSB, mr. F. Welzijn, in zijn welkomstwoord op de SBC sensitization workshop aan dat in voorgaande jaren door de Coalitie de basis was gelegd om een SBCplus beleid te formuleren en uit te voeren.

 

Mw. drs. M. Eersel, directeur van Volksgezondheid, schetste een vrij somber beeld wat betreft het voorkomen van NOA’s in Suriname. Het gaat hierbij met name om hart- en vaatziekten, diabetes, en kanker. De bedreigingen worden gevormd door globalisatie (commercialisatie) van
de voedselindustrie: vetten, zout, suiker, preserverings- en kleurstoffen; toenemende zittende levensstijl, gebrek aan lichaamsbeweging; beïnvloeding leefstijl door telecommunicatie; en milieuverontreiniging (chemicaliën, pesticiden).

 

Veel kan echter worden voorkomen of teruggedrongen door het bevorderen van een gezonde leefstijl: veel sport en lichaamsbeweging, eten van gezond voedsel, matigen van alcoholgebruik, tabaksvrije publieke ruimtes, wet-en regelgeving (Tabakswet 2011, prijsbeleid om gezonde voeding te stimuleren, wetgeving voor zout, suikers, transvetten, en labelen van voedingswaren). “Wat kan het bedrijfsleven hierin bijdragen” was de vraag waarmee mw. Eersel haar presentatie besloot.

 

Het promoten van een ‘healthy life style’ was het antwoord van mw. drs.Q. Jessurun, bedrijfsarts SLM, in haar inleiding. Via de werkvloer is het mogelijk een belangrijk deel van de bevolking te beïnvloeden: werknemers zijn op regelmatige basis interactief met elkaar bezig; het is makkelijker op te dragen en de werknemer neemt informatie mee naar huis. De interventiekosten zijn relatief laag en kosteneffectief.
Een veelomvattende internationale studie in 2003 getiteld ‘The art of health promotion’, toont aan dat bedrijfsinvesteringen in de promotie van healthy life style op de werkvloer, een hoog rendement hebben: gemiddeld 27% minder ziekteverzuim, 32% minder compensatie- en invaliditeitsuitkering en 26% vermindering van ziektekosten.

 

“Het bevorderen van gezond eten en lichaamsbeweging via de werkvloer heeft als positieve gevolgen een betere ‘health status’ van medewerkers, vergroot hun enthousiasme, verminderd het verzuim en de turnover van medewerkers, verminderd de premiekosten, vergroot de productiviteit en verbetert het imago van het bedrijf”, concludeerde mw. Jessurun.
Drs. Jan van Charante, ging in zijn presentatie in op de vraag wat bedrijven concreet kunnen en moeten doen. “Het formuleren van een heldere visie en beleid op en de mogelijkheden van een healthy life style.
In het beleid moet een statement komen van het bedrijf dat gezonde medewerkers nodig zijn”, gaf hij als eerste aan.

 

Dit betekent :

  • Het overtuigen van het management.
  • Het instellen van een Stuurgroep binnen het bedrijf, waarin verschillende stakeholders zijn vertegenwoordigd, waaronder directie, vakbond, safety, medici, informele leiders.
  • Het creëren van draagvlak.
  • Het uitvoeren van een Risk Management Assessment door (ingehuurde) deskundigen, waarbij risico groepen worden geïdentificeerd en de risico’s worden benoemd.
  • Het communiceren van de resultaten van de Assessment, dit kan middels loonslip, weekkrant, televisie, beeldmateriaal, face to face etc.
  • Het formuleren van een beleidsplan waarbij middelen worden vrij gemaakt en continuïteit voorop staat.


Peer Education
In het kader van het Sustainability Plan van de Suriname Business Coalition against HIV &AIDS, organiseerde de SBC vanwege de grote behoefte van SBC lidbedrijven aan Peer Educators binnen hun bedrijven, in oktober jl. weer een serie workshops voor Peer Educators. De eerste workshop in 2010 leverde 86 Peer Educators op.

De tweede training startte in oktober 2011 met een tweedaagse workshop waarin 63 werknemers van zeven (7) SBC lidbedrijven participeerden. De eerste sessie met 30 participanten werd gehouden op 17 en 18 oktober en de tweede sessie met 33 participanten op 24 en 25 oktober.

Op 11 november legden 55 deelnemers een theoretisch examen af (Knowledge Assessment), waarvoor alle deelnemers slaagden (3 na een herkansing). De training werd afgesloten met een eendaagse follow-up Workshop waarin de examenresultaten met de deelnemers werden besproken. Peer Education is een van de meest effectieve manieren om gedragsverandering op gang te brengen en om HIVen AIDS voorlichting op de werkplek te integreren.

Het is gebaseerd op het idee dat mensen eerder geneigd zijn hun gedrag te veranderen als ze daarbij geïnformeerd en ondersteund worden door bekenden, zoals bijvoorbeeld een collega.
Binnen het Peer Educators programma worden mannelijke en vrouwelijke werkers getraind om discussies met collega’s te kunnen aangaan om op die manier risicovol gedrag te identificeren en aanwijzingen te geven hoe men dit gedrag zou kunnen aanpassen.

Ook kunnen de Peer Educators hun collega’s verwijzen naar diensten en/of organisaties voor speciale behandeling en begeleiding op het gebied van Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA’s) , Seksueel Overdraagbare Infectie (SOI’s) en Voluntary HIV Counseling and Testing (VTC).
Op 5 december jl. ontvingen 55 nieuw opgeleide Peer Educators hun certificaten uit handen van mr. Ferdinand Welzijn, Voorzitter VSB en van Rita Bechoe, SBC Programma Coördinator.

Mr. Ferdinand Welzijn gaf in zijn presentatie aan dat in het zesjarig bestaan van de SBC, binnen de lidbedrijven heel veel ervaring is opgedaan met studies, waaronder de K(nowlegde), A(ttitude), P(ractice), B(ehaviour) survey, en met de formulering en uitvoering van HIV/AIDS werkplek beleid. Die ervaring zal in de toekomst worden ingezet op een breder vlak, namelijk ‘Healthy Lifestyle’.  De rol die Peer Educators hierbij kunnen spelen, moet niet worden onderschat, aldus de heer Welzijn. In de toekomst zullen er dan ook vervolgtrainingen worden gegeven om Peer Educators voor te bereiden om ook die rol te kunnen vervullen.
Met de 86 Peer Educators die in 2010 hun certificaat na een succesvolle training mochten ontvangen, beschikken de SBC lidbedrijven nu samen over 141 Peer Educators.