Joomla Templates and Joomla Extensions by JoomlaVision.Com

Het bedrijf bevordert en faciliteert de toegang tot het vrijwillige vertrouwelijke counseling en testen (VCT) voor alle medewerkers in samenwerking met het Nationale HIV/AIDS programma. In geval een aanverwante grief zich voordoet, zal wordt gehandeld overeenkomstig de in de Collectieve Arbeidsovereenkomst aangegeven procedures. Het bedrijfshandboek betreffende disciplinaire procedure zal dienovereenkomstig worden herzien.

Herziening

Dit beleid zal jaarlijks worden herzien en aangepast aan de veranderende condities en bevindingen van uitgevoerde onderzoeken en beoordelingen, evenals de suggesties van de gemengde HIV/AIDS commissie

Bij overplaatsing naar een land dat een HIV test als vereiste voor toelating stelt, zal het bedrijf de kandidaat/ medewerker vooraf over het vereiste in kennis stellen. In dit geval zal ons bedrijf de pre en post test counseling voor deze kandidaat of medewerker faciliteren. Indien blijkt dat een medewerker niet in een bepaald land kan worden te werk gesteld vanwege de door het betreffend land gestelde HIV/AIDS gerelateerde regels, zal het bedrijf alle redelijke maatregelen treffen om een alternatieve positie te vinden.

Het bewijs van inenting kan voor het reizen naar sommige landen worden vereist. In een dergelijk geval zal het bedrijf medewerkers informeren en zal ervoor zorgen dat zij de kans hebben om vertrouwelijk medische advies in te winnen over op hun toepasbare vorm van vaccinatie gelet op hun specifieke gezondheidstoestand.

HIV preventie

HIV is te voorkomen en het bedrijf zal dan ook al hetgeen practisch mogelijk is uitvoeren ten einde de graad van prevalentie onder het personeel te minimaliseren.

Een succesvolle implementatie van een HIV/AIDS beleid vereist de samenwerking en het vertrouwen van de werkgever, medewerkers en hun personeelsvertegenwoor-diging. Betrokkenheid van de Vakorganisatie verhoogt het draagvlak binnen de organisatie, Aanbevolen wordt om de vakorganisaties bij de totstandkoming van werkplek programma's te betrekken.

Stigmatisering en discriminatie

Vanuit het principe van "decent work" en met respect voor de mens en de daaruit voortvloeiende rechten voor mogelijk met HIV/AIDS geinfecteerden zal een anti-discriminatie beleid dienen te worden gehanteerd.

De mensen met HIV en AIDS kunnen niet in de werkplaats worden onderscheiden. Oneerlijk onderscheid (discriminatie) op basis van een eventueel (mogelijke) HIV status dient ten alle tijde te worden tegengegaan.

In beleidsplannen dienen maatregelen opgenomen te worden waarbij duidelijk wordt dat stigmatisering en discriminatie tegen HIV/AIDS besmette personen niet getolereerd wordt.

(Bijlagen VI en VII)

De consequenties van de gender verschillen in relatie tot HIV/AIDS dienen duidelijk te worden onderkend.
Vrouwen hebben meer kansen dan mannen nadelen te ondervinden van de ontwikkelingen rond de ontwikkeling van HIV/AIDS infecties.
Dit op basis van biologische, sociaal-culturele en economische oorzaken. Hoe groter de gender ongelijke kansen binnen de samenleving en hoe lager de positie van vrouwen, des te negatiever zijn de consequenties voor de positie van vrouwen

Vandaar dat binnen de beleidsontwikkeling rond HIV en AIDS binnen bedrijven hieraan aandacht besteed dient te worden.
Er bestaat de mogelijkheid om programma's te (laten) ontwikkelen die specifiek op de behoeften van beide geslachten worden ontwikkeld ten einde te garanderen dat zowel mannen als vrouwen op adquate wijze worden geinformeerd over rechten en verantwoordelijkheden in de bestrijding van HIV en AIDS.

Het is van groot belang datbij de start van de beleidsontwikkeling een Risk-assessment onderdeel is van de aanpak.

Dit assessment dient gericht te zijn op:

  • het bepalen van de doelgroepen binnen de organisatie (organisatie-gericht)
  • door middel van focus groepsdiscussies /KABP dienen de uitgangspunten te worden gedefinieerd.


Dit leidt tot antwoord op de vraag: Waar staan wij als organisatie, welke risico-segmenten zijn er te onderscheiden en waar dient het beleid op te zijn gericht.

HIV/AIDS is een werkplek aangelegenheid en zal moeten worden behandeld als elke andere ernstige aandoening. Dit is niet alleen van belang omdat HIV/AIDS een bedreiging vormt voor de eigen organisatie, maar omdat de organisatie, als onderdeel van de gemeenschap een verantwoordelijkheid heeft in de strijd tegen het verder ontwikkelen van de negatieve effecten van de epidemie in de samenleving.

Een HIV/AIDS werkplek beleidsplan dient dan ook aan te vangen met de vaststelling van het organisatie standpunt, waarin aangegeven wordt waarom HIV/AIDS als een voor de organisatie belangrijke werkplek aangelegenheid wordt gezien.

Het beleid van uw organisatie moet uitvoerig zijn en moet op het standpunt van de organisatie inzake HIV/AIDS en STI's wijzen. Het beleid moet alle werknemers, potentiële werknemers en alle werkplaatssituaties en arbeidscontracten dekken. Bovendien zou het beleid alle werknemers, potentiele werknemers en alle werkplaatssituaties en arbeidscontracten moeten dekken.  

Solidariteit, zorg en onderstuning behoort het uitgangspunt te zijn ten aanzien van HIV/AIDS op de werkplek. Alle medewerkers, inclusief degenen die geinfecteerd zijn hebben recht op een adequate gezondheidszorgverzekering.
In het te ontwikkelen beleid moet nagegaan worden of er geen omderscheidende maatregelen zijn ten aanzien van hen en hun familieleden in het ontvangen van medische en onersteunende diensten

Het bedrijf zal voorlichting en en training aan medewerkers over deze ziekte verzorgen; hierbij zijn inbegrepen methodes van overdracht evenals vormen van gedrags verandering die worden vereist om besmetting met deze ziekte en andere seksueel of door bloed overdraagbare ziekten en infecties te voorkomen. Voor het ontwikkelen van dit programma zal het bedrijf een onderzoek instellen teneinde basisinformatie over het kennisniveau, de gedragingen van medewerkers onderling evenals regelmatige risico beoordelings studies analyses doen. Deze zullen worden uitgevoerd in overleg en met goedkeuring van medewerkers en hun vertegenwoordiging en onder voorwaarden van volledige confidentialiteit.

Het bedrijf zal een uitgebreid voorlichting en een trainingsprogramma voor alle medewerkers ontwikkelen welke zal worden uitgevoerd in samenwerking met de gemengde veiligheid, gezondheids en HIV/AIDS commissie. Het programma zal medewerkers informeren over de besmetting, overdracht en preventie van HIV en AIDS en daaraan gerelateerde overdraagbare ziekten; bevordering van veilige sex en risicoverminderingsmaatregelen in relatie tot seksueel overdraagbare ziekten; faciliteiten voor HIV/AIDS testen en counseling; zorg, ondersteuning en rechten van mdewerkers die met HIV en AIDS zijn besmet.

Sleutelfiguren binnen de organisatie zullen worden opgeleid tot trainers en counsellers teneinde de oorzaken van HIV/AIDS tegen te gaan. Het bedrijf zal medewerkers gedurende redelijke tijd vrijmaken voor participatie in HIV/AIDS voorlichting en trainings activiteiten activiteiten. Daarnaast zal literatuur betreffende HIV/AIDS beschikbaar gemaakt worden ten behoeve van alle medewerkers op belangrijke plaatsen binnen het bedrijf.

De organisatie zal teneinde de privacy van de medewerkers te kunnen garanderen in de beleidsontwikkeling zich moeten uitspreken over het standpunt dat geen maatregelen, ofwel direct (HIV test), indirect (beoordeling van risicovol gedrag) zullen worden genomen ofwel geen vragen zullen worden gesteld omtrent eerder ondergane tests of omtrent het gebruik van medicamenten, teneinde beslissingen te nemen omtrent indiensttreden danwel voortzetting van de dienstbetrekking.

Bedrijven zullen in de beleidsontwikkeling aandacht besteden aan gelijke werkgelegenheidsmogelijkheden voor gekwalificeerde kandidaten op een niet discriminerende basis bieden en zal aan kandidaten of medewerkers geen HIV/AIDS test opleggen als voorwaarde voor tewerkstelling, bevordering of opleiding.

Nochtans zal een bedrijf de toegang voor alle medewerkers tot het vrijwillig en vertrouwelijk testen (VCT) adviseren, bevorderen en faciliteren.

(Zie Bijlage VIII)

Elke medewerker heeft recht op een gezonde en veilige werk omgeving, ook ten aanzien van de preventie tot verspreiding van HIV, (Occupational Safety and Health Convention, 1981 (No. 155).

Een gezonde werkomgeving geeft ruimte voor optimale fysieke en geestelijke gezondheid in relatie tot het werk en met fysieke en geestelijke gezondheids capaciteiten van de medewerker wordt rekening gehouden.

In een HIV/AIDS context, kan dit worden geïnterpreteerd, om te betekenen dat de werkgevers moeten ervoor zorgen dat de universele voorzorgsmaatregelen wanneer het antwoorden aan een beroepsongeval worden gebruikt. Voorts zouden de werkgevers moeten ervoor zorgen dat het juiste materiaal nodig om personeel tegen mogelijke besmetting en aangewezen opleiding in het gebruik van universele voorzorgs maatregelen te beschermen wordt verstrekt.

(Zie Bijlage IX)

In het te ontwikkelen beleid zal uitgewerkt dienen te worden hoe om te gaan met de vertrouwelijke medische informatie van medewerkers

In het te ontwikkelen HIV/AIDS beleid dienen maatregelen opgenomen te worden die garanderen dat medewerkers niet op basis van hun HIV status worden ontslagen.

HIV infectie is te voorkomen. Preventie van overdracht kan bereikt worden door: verschillende strategieen passend binnen de economische, sociale en culturele context waarbinnen het bedrijf zich beweegt.

Preventie heeft te maken met gedragsverandering, kennis bevordering, behandeling van (mogelijk) geinfecteerdenen het creeren van een niet discriminerende omgeving. Het is aan de sociale partners om gezamenlijk preventie te promoten in relatie tot gedragsverandering door het verstrekken van informatie en training en door het onder de aandacht brengen van sociaal economische factoren die een rol spelen in de bestrijding van HIV/AIDS.

Binnen het werkplekbeleid en de daaruit voortvloeiende programmering dient dit tot uiting te komen.